Nertsenfokkerijen
Door de intensieve jacht op dieren met een mooie vacht zijn eind negentiende eeuw veel van deze dieren zeldzaam geworden. Sommige diersoorten stierven zelfs uit. Bont is in die tijd een product waar veel geld voor betaald wordt. De oplossing voor de 'schaarste' is het fokken van dieren in gevangenschap. Vossen, nertsen, wasberen en chinchilla's worden opgesloten in kooien.
Nu wordt deze primitieve methode nog steeds op grote schaal toegepast. Vooral in Scandinavië, Rusland, Canada, de Verenigde Staten en Nederland.

Een kooi is een kooi is een...
Nertsenfokkerijen zien er overal ter wereld hetzelfde uit. Kleine kooien van draadgaas staan aaneengesloten in lange rijen onder een afdak. Soms in meerdere lagen op elkaar. Een kooi is 45 cm hoog en heeft een oppervlak van 85 x 30 centimeter. Daaraan zit een nestbox van 20 bij 20 cm. Hierin zitten twee of drie nertsen. Vaak worden de kooien aan elkaar geschakeld, daardoor kunnen de bontfokkers op één vierkante meter wel elf nertsen houden.
Leven in gevangenschap
In het voorjaar worden de nertsen geboren. Nertsen zijn wilde dieren. Dat betekent dat ze nooit wennen aan het leven op een bontfokkerij. In gevangenschap kunnen zij weinig natuurlijke gedrag vertonen. In hun krappe kooi kunnen zij geen prooien bejagen, geen holen bouwen, rennen of vluchten. Er is geen water om in te zwemmen en te vissen. In de kooi is slechts een drinknippel om water uit te zuigen en (soms) een pvc-buisje om doorheen te lopen. Aan levenslange opsluiting kunnen zij zich niet aanpassen. Stress en verveling is het gevolg. De nertsenfokkerij behoort dus duidelijk tot de bio-industrie. Er zoveel mogelijk dieren op een zo klein mogelijk oppervlak gehouden. En dat, terwijl de dieren in de vrije natuur veel ruimte nodig hebben en het liefst alleen leven!
De dood
In het najaar krijgen de nog jonge dieren hun wintervacht. Dat betekent gelijk het einde voor de nertsen. Na zeven maanden in een veel te kleine kooi worden de dieren gedood. Zij worden met koolmonoxide vergast. Daarna wordt het lijkje gevild, verder bewerkt en verkocht. Het doden van de dieren gebeurt in november op het bedrijf.
Domesticatie
Nertsen zijn roofdieren. Ook na honderd jaar gevangenschap zijn ze nog niet gedomesticeerd. Dat werd in 2007 door onderzoek van de Animal Science Group (Wageningen) in opdracht van het ministerie van LNV weer eens bevestigd.
Nertsen in gevangenschap hebben nog steeds dezelfde eigenschappen die nertsen in het wild hebben. Geen wonder dat ze gek worden van verveling en frustratie als ze in een klein kooitje moeten leven. Dat is ook te zien. Nertsen vertonen in gevangenschap heel vaak abnormaal gedrag. Bijvoorbeeld door het eindeloos herhalen van zinloze bewegingen. Vaak bijten nertsen hun eigen staart en vacht kapot. Of ze lopen steeds rondjes of draaien voortdurend met hun kopje rond de drinknippel.
De nertsenfokkers proberen door te fokken de nerts aan te passen in plaats van de omgeving aan de nerts aan te passen.
Het voer dat de nertsen krijgen bestaat uit een klodder gemalen slachtafval van kip of vis, dat wordt vermengd met meel. Een of twee keer per dag kwakt de fokker deze brij boven op de kooi. Wel een groot verschil met zelf je kostje vangen.
Alles in orde?
De bonthandel en de nertsenfokkers beweren dat ze de dieren goed verzorgen. Want de dieren zien er goed uit, de vachten glanzen en de dieren planten zich in gevangenschap voort, zeggen ze. Het abnormale gedrag van de nertsen zien de bontfokkers vooral als lastig. De kwaliteit van de pels gaat er door achteruit. Liever zien zij een apathische nerts. Eentje die niet te veel beweegt, niet te veel eet en zeker niet speelt of vecht met soortgenoten. De verzorging van nertsen is alleen gericht op een mooi eindproduct: het bontje.

Zwemmen
Nertsenfokkers beweren al jaren dat zwemmen een luxe is waar nertsen best buiten kunnen. De dieren, die in de natuur bij beken en rivieren leven, kunnen zich volgens de fokkers prima aanpassen in gevangenschap. Volgens de bontfokkers zijn nertsen op een fokkerij 'vergeten' dat ze eigenlijk zwemmers zijn. De nertsenfokkers hebben het bij het verkeerde eind. Onderzoekers aan de universiteit van Oxford hebben aangetoond dat nertsen in gevangenschap vooral lijden doordat ze zich niet natuurlijk kunnen gedragen. De nertsen in het onderzoek gingen tot het uiterste om hun zwembehoefte te kunnen bevredigen. Ze liepen dwars door steeds zwaarder wordende klapdeurtjes heen om een bad te kunnen nemen. De stress nam enorm toe als ze de toegang tot het bad werd ontzegd. De onderzoekers concluderen dat de gefokte nertsen nooit hun zwembehoefte zijn 'vergeten'.
Nertsen hebben bovendien moeite om met hitte hun lichaamstemperatuur te reguleren. Hierdoor raken ze gemakkelijk oververhit. Het is gebleken dat nertsen water gebruiken om hun lichaamstemperatuur te reguleren. In het verenigingsblad van de fokkers stond een artikel over zwemwater en nertsen. Dat artikel beschreef de schadelijke effecten van zwemwater op de pelskwaliteit. Nertsen in Nederland kunnen dus waarschijnlijk het zwemmen op hun buik schrijven. Maar zelfs al zouden de nertsen in Nederland zwemwater krijgen, dan is het natuurlijk nog steeds niet juist dat nertsen voor hun vacht worden gedood voor een totaal overbodig modeproduct!









