Bont voor Dieren

zeehond

Wetenschappelijk: Phocidae
Engels: Seal
Ondersoorten: 19
Verspreiding: Verschilt per ondersoort
Voedsel: Vis, inktvis, kwallen en
Lengte en gewicht: Verschilt per soort
Leeftijd: Verschilt per soort

Zeehonden komen voor over de gehele wereld, maar is per soort verschillend. Zeehonden (de Gewone – en de Grijze zeehond) in Nederland komen het meest voor in de Waddenzee, verder onder andere in de Ooster- en Westerschelde. De familie der zeehondachtigen omvat vier onderfamilies:

  1. Monniksrobben (Monachinae): Hawaïaanse monniksrob, Mediterrane monniksrob en de uitgestorven Caribische monniksrob.
  2. Zuidelijk zeehonden (Lobodontinae): Zeeluipaard, Weddellzeehond, Krabbeneter en de Rosszeehond.
  3. Slurfrobben (Cystophorinae): Noordelijke zeeolifant, en de Zuidelijke zeeolifant.
  4. De Noordelijke zeehonden (Phocinae): klapmuts,  largha zeehond, baardrob, grijze zeehond (of kegelrob), bandrob, gewone zeehond, Kaspische rob, Bajkalrob, zadelrob en de ringelrob ook wel stinkrob of kleine zeehond genoemd.

Zeehonden hebben korte stugge haren en nauwelijks ondervacht. Ze houden met een dikke speklaag de lichaamswarmte vast. Ze hebben goed ontwikkelde tastharen, niet alleen in de snor, maar ook in de wenkbrauwen. De meeste soorten hebben een gevlekte vacht. Bij enkele soorten zijn de mannetjes veel groter dan de vrouwtjes en hebben zij een een ander vlekkenpatroon, en zelfs een slurf (zoals bij de zeeolifanten). De achtervinnen zijn groter dan de voorvinnen, met deze achtervinnen zwemmen ze. Zeehonden hebben geen oorschelpen, maar wel oren. Die oren zijn heel moeilijk te zien, het zijn namelijk kleine gaatjes.

De zeehond leeft in kuddes. Bij eb liggen ze te zonnebaden op de zandbanken. Wanneer dit te koud is gaan ze het water in. Het zijn de acrobaten van de zee, maar op het land komen ze nogal onhandig over. Hoewel ze met gemak met 35 kilometer per uur door het water sjezen, halen ze op het droge maar net 2 kilometer per uur. Met hun mooie, grote ogen kunnen zeehonden goed onder water kijken, maar boven water zouden ze eigenlijk een bril nodig hebben. Zeehonden zijn dus helemaal aangepast aan het leven onder water. Toch kun je ze regelmatig boven water tegenkomen. Ze liggen graag in de zon te rusten op een zandplaat of het strand. Hoewel de zeehonden op de Waddeneilanden steeds in groepen lijken te zonnen, zijn het solitair levende dieren.

Zeehonden krijgen hun jongen op het droge. Gewone zeehonden worden in de zomermaanden geboren, grijze zeehonden in de winter. De jongen van grijze zeehonden hebben daarom een dikke wintervacht. Ze zien er aandoenlijk uit met die dikke witte haren, maar het is wel een beetje onhandig. Ze kunnen er namelijk niet mee zwemmen. De eerste weken blijven jonge grijze zeehonden daarom aan land. De moeder komt regelmatig langs om het jong te zogen. Zeehondenmoeders zogen hun jong drie weken. In die tijd krijgen de jongen alleen melk, ze leren dus niet om vis te eten. Jonge zeehonden die hun moeder zijn kwijtgeraakt worden huilers genoemd.

Sommige soorten worden bedreigd, door de jacht en door vervuiling van de zee. Zieke en verlaten zeehonden worden in Nederland opgenomen in de  opvangcentra te Pieterburen en Ecomare op Texel. Ze zijn belangrijke prooidieren voor ijsberen en orka’s.

Niks missen?

Wil je weten wat er speelt in de bontindustrie en wat we bereiken? Schrijf je dan in voor onze 
e-mailnieuwsbrief en ontvang elke maand het laatste nieuws.