Bont voor Dieren

Elke bontkraag die er verkocht wordt, kost minstens één dier het leven. Soms zelfs meerdere dieren, want voor een grote bontkraag kunnen zelfs wel vier dieren zijn gebruikt. Alleen de rug worden verwerkt in een bontkraag, de rest wordt weggegooid. De drie meest voorkomende bontkragen zijn kragen van wasbeerhond, coyote en vos. Wasbeerhonden en vossen worden speciaal voor hun vacht gefokt, coyotes worden in het wild gevangen en gedood voor hun vacht.

Wasbeerhond

Wasbeerhonden worden vaak voor bontkragen gebruikt. In Aziatische landen zoals China worden wasbeerhonden speciaal voor het bont gefokt. Wasbeerhonden in bontfokkerijen leven in kleine, draadstalen kooien van ongeveer 0,63 m2. De barre leefomstandigheden resulteren in stress, verveling, frustratie en in sommige gevallen zelfmutilatie. Vaak worden ze letterlijk gek door de ondraaglijke opsluiting. Ze hebben vaak voldoende eten beschikbaar, waardoor er een risico op overgewicht ontstaat. Als de dieren zeven maanden oud zijn, worden ze gedood. Meestal gebeurt dat door anale elektrocutie, maar het is ook niet ongebruikelijk om dieren dood te slaan. Vervolgens worden ze gevild. Het komt regelmatig voor dat dodingsmethoden slecht uitgevoerd worden en dieren nog leven tijdens het villen. Wereldwijd worden naar schatting 15 miljoen vellen van wasbeerhonden geproduceerd.

Coyote

Coyote’s worden niet gefokt. Het bont is altijd afkomstig van wilde coyotes die gevangen worden met behulp van wildklemmen. Zodra een dier in de klem trapt, kan hij niet meer ontkomen. Totaal in paniek door de pijn en angst probeert hij dat meestal toch. Als het lukt los te komen, verliest de coyote soms een poot en slaat zwaar verminkt op de vlucht. Het kan wel drie dagen duren totdat de jager terugkeert om de wildklem te controleren. Als er een coyote in zit slaat, schopt of schiet de jager hem dood om de vacht zo min mogelijk te beschadigen. Een dier kan hier dus dagenlang in vastzitten met zijn poot, kaak of nek. Daarnaast kunnen er ook andere dieren per ongeluk in een wildklem stappen. Per coyote vallen er dus nog eens één tot vier onbedoelde slachtoffers.

Vos

Vossen worden gefokt en bejaagd voor hun vacht. Vossen zijn niet geschikt om in kleine draadstalen kooien te houden, de welzijnsproblemen zijn erg groot op vossenfokkerijen. Het zijn ongedomesticeerde roofdieren die nog dezelfde kenmerken bezitten als hun wilde soortgenoten. Een vossenkooi is meestal 64 cm breed, 100 cm lang en 75 cm hoog, hier zitten een, maar vaker twee vossen in opgesloten. Vossen lopen vaak langdurig in rondjes of draaien voortdurend met hun kopje. Dit abnormale gedrag wordt veroorzaakt door de onnatuurlijke huisvesting van de dieren. Ze verminken zichzelf door hun staart kapot te bijten en weigeren soms wekenlang te eten. Het voer bestaat uit een prak slachtafval van kip en vis. Rennen in een kooi is uiteraard uitgesloten. De dieren zitten met duizenden dicht op elkaar, in de stank van elkaars uitwerpselen. Vossen zijn bang voor mensen, maar op de fokkerij kunnen ze niet vluchten.

Het fokken en bejagen van dieren voor bont moet verboden worden. Bont is een overbodig en wreed product en niemand heeft bont nodig om zich mooi en warm te kleden!